Slank, en toch ongezond?

Ken jij de term TOFI? Dit staat voor Thin Outside Fat Inside. Oftewel dun van buiten, dik van binnen.

Veel mensen nemen de buikomvang (of BMI) als maat voor overgewicht, fitheid etc. Dit is onterecht!

Bij de BMI neemt je gewicht en lengte als maatstaaf om te bekijken of iemand een gezond of ongezond BMI heeft. Alleen je gewicht en lengte zegt natuurlijk niks over je gezondheid. Iemand die klein is maar enorm gespierd, zal verhoudingsgewijs een hoog gewicht hebben. Toch is deze persoon dan niet automatisch ongezond.

Daarnaast wordt vaak buikomvang  genomen als maatstaaf voor fitheid en (over)gewicht. Deze methode zegt al meer over je gezondheid, omdat je hiermee een indicatie krijgt van het subcutaan vet (= onderhuids vet) dat iemand met zich meedraagt. Subcutaan vet is het vet dat zichtbaar is en dat je kunt vastpakken, bijv. bij “een buikje”.

Toch zegt de hoeveelheid subcutaan vet t.h.v. de buik (zoals je meet bij de buikomvang) niet altijd voldoende over de mate van overgewicht. Subcutaan vet kan zich namelijk ook op andere plaatsen hechten dan de buik (bijv. dikke benen of armen).

Daarnaast kan dit ook ten onrechte suggereren dat slanke mensen altijd gezond zijn.

En dat is onterecht!

Naast subcutaan vet heeft iedereen namelijk een mate van visceraal vet. Visceraal vet is vet dat zich hecht rondom je organen. Hierdoor is het zeer slecht voor je gezondheid en, in tegenstelling tot “het buikje”, kun je orgaanvet niet zomaar zien.

 

Slank met overgewicht

Bij mensen met een buikomvang die binnen de gezonde normen valt kan er dus teveel visceraal vet (vet rondom de organen) aanwezig zijn.

Deze groep mensen worden ook wel TOFI’s genoemd; Thin Outside. Fat Inside.

Zij lijken op het oog slank, maar hebben inwendig een ongezond overgewicht.

Op deze dwarsdoorsnede (zie foto) zijn 2 personen te zien met buikomvang. Toch is er een duidelijk verschil te zien in de hoeveelheid buikvet en visceraal vet.

Bij de rechter persoon is veel meer visceraal vet (vet rondom) te zien op de foto. Alhoewel de linker persoon een flinke vetlaag heeft, is dit vooral aan de buitenkant te vinden.

Niet alleen de hoeveelheid vet is opvallend, maar ook het verschil in spierontwikkeling en vet in de spieren.

Deze vervetting komt bijvoorbeeld veel voor bij mensen met langdurige lage rug- en nekpijn. Ook heeft juist dit viscerale vet een funeste invloed op de hormoonregulatie.

Samengevat zou je kunnen stellen dat de linker persoon vet en fit is en de rechter vet en niet fit is.

Meten = Weten

Zoals gezegd is “een buikje” vaak zichtbaar, maar hoe kom je er dan achter hoeveel visceraal vet je hebt?

Dit kun je vrij eenvoudig meten met specifieke meetapparatuur. Bij deze meting wordt een (uiteraard ongevaarlijk) zwakstroom door je lichaam gestuurd. Dit stroompje voelt dat vet, water, spieren en botten allemaal een andere weerstand hebben en kan zo een analyse maken.

Benieuwd hoe het met jouw viscerale vet en spiermassa zit?

 

Bron: Bijma, M. (2017). Gezond eten als medicijn, de beste aanpak. Geraadpleegd op 9 januari 2018. http://www.movemens.nl/gezond-eten-als-beste-medicijn

 

Tags: